Een frisse duik in: effectief experimenteren
• 0 min. leestijdKen je dat gevoel? Je zit de hele tijd in vergaderingen. Elke week is er een volle agenda en jij en je collega’s praten genoeg, maar eigenlijk gebeurt er te weinig. Ondertussen groeit bij jou het gevoel van: dit moet toch anders kunnen? Jij wil lekker aan de slag, de handen uit de mouwen steken en vooral gaan doen. Maar tegelijkertijd vraag je je af: hoe dan? Het antwoord: ga het experiment aan!
In dit artikel nemen we je mee in de kracht van experimenteren. Hoe je stopt met alleen praten en vooral samen gaat doen. Zin in! Klaar voor een frisse duik in effectief experimenteren?
Geschreven door Adinda de Lange
Wat is (effectief) experimenteren?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: niet alle experimenten zijn hetzelfde. Want elke uitdaging vraagt weer voor een ander soort experiment. Zie het als een gereedschapskist waar je telkens het juiste stuk gereedschap uit pakt. Je slaat ook geen spijker in de muur met een zaag, toch?
Laten we beginnen bij de basis van experimenteren
Want eigenlijk is dat heel simpel: gaan doen. Even stoppen met bedenken hoe en gaan ontdekken hoe. Ofwel: testen. Het moment dat het tijd is voor experiment kun je zien als een T-splitsing. Je werkt aan een vraagstuk en je kunt twee kanten op. Natuurlijk wil je het liefst zeker weten wat de juiste richting is, maar daar lang over na blijven denken helpt je niet verder. Dus: ga ontdekken wat de juiste richting is. Experimenteren helpt je daarbij.
Je kiest een richting, test of het de juiste is en reflecteert op wat je ervan hebt geleerd. De uitkomst van het experiment bepaalt of je zo doorgaat of toch de andere kant op moet. Het hogere doel? Snel leren, zodat je ook snel tot nieuwe inzichten komt en dus snel keuzes kunt maken.
Een praktisch voorbeeld: jij en je team vragen zich af of je de week wil starten met een fysieke weekstart van 30 minuten óf dat jullie liever de week afsluiten met een week vergaderen. Herken je de T-splitsing? Je kunt hier lang over redetwisten, maar waarom proberen jullie het niet gewoon? Maak een keuze, probeer het een maandje uit, reflecteer en ontdek wat het beste voor jullie werkt. Zo simpel kan een experiment dus zijn. Zo’n nieuwe vorm is ook makkelijker te verkopen bij je collega’s als het een tijdelijk karakter heeft. En als het bevalt? Dat willen je collega’s waarschijnlijk dat het blijft.
De truc is: houd het behapbaar. Je hoeft niet alles tegelijk te testen.
Zoals ik al zei: niet alle experimenten zijn hetzelfde. In ons werk gebruiken wij globaal drie vormen van experiment, die verschillen qua grootte, doel en uitvoering.
Experiment
De kleinste variant is een simpel experiment. Deze zijn bedoeld om iets uit te proberen. Zoals het voorbeeld hierboven. Experimenten helpen je om te kunnen exploreren. Zo wilden wij bijvoorbeeld een keer testen of onze interview-opzet goed werkte. We hebben ons interview-format uitgewerkt en zijn er zo onze studio mee uit gelopen. Op het plein voor de Kubuswoningen probeerden we het gewoon uit. Weinig voorbereiding én heel snel inzicht in wat wel en niet werkt.
Prototype
Een prototype is een middel om een idee, product, dienst of beleid te testen. Goede voorbereiding is key: bedenk vooraf goed wat je wil testen. Wil je weten of mensen jouw nieuwe koekje in de supermarkt zouden kopen? Dan hoef je alleen de verpakking te maken. Wil je weten wat ze van de smaak vinden? Dan maak je het koekje zelf. Bedenk wat je uit de prototype-test nodig hebt om conclusies te kunnen trekken voor een vervolgstap. Een prototype maken hoeft geen dagen te duren. Houd het simpel, zodat je snel leert en weer door kan met je project.
Pilot
De grootste werkwijze om je ideeën uit te testen is een pilot. Een pilot is groot, complex en kost veel voorbereiding. Je gaat namelijk een concept, product, dienst of programma voor langere tijd testen in de echte wereld. Je wil weten hoe mensen het ervaren, de technische haalbaarheid checken, ontdekken waar problemen ontstaan en kijken waar verbeteringen nodig zijn. Als je een pilot gaat doen, weet je grotendeels dat iets werkt. Maar nu ga je het voor het eggie doen. Maar nog op een beperkte plek of voor een beperkte duur: je bent nog aan het leren. Pilots komen goed van pas als je bijvoorbeeld nieuw beleid in een grotere context, met alle betrokken partijen wil uittesten. Of als je wil onderzoeken of een nieuwe werkwijze niet alleen past bij de medewerkers, maar de hele context van jouw organisatie.
Effectief experimenteren: hoe pak je dat aan?
Niet elk experiment is effectief. Het vraagt om de juiste houding en aanpak. De onderstaande checklist helpt je om je experimenten effectief en succesvol te maken.
- Experimenteren is een middel
En geen doel op zich. Zie het als een stuk gereedschap om een duidelijk doel mee te verwezenlijken. - Maak je doel kraakhelder
Maak voor jezelf en je team helder wat je wil bereiken met het experiment. Ook ga je na voor wie je het experiment uitvoert. Bedenk: wat wil je leren en waarom? - Een goed begin is het halve werk
Daarom zorg je altijd voor een goede voorbereiding. Hoe groot of klein een experiment ook is. Daarbij denk je ook al na over: wat kan ik met de uitkomsten van het experiment? - Quick and dirty
Tijd om je handen uit de mouwen te steken. Maak gebruik van papier, stiften, plakband en starten maar! - Maak je geleerde lessen inzichtelijk
Door experimenteren leer je een hoop en die lessen brengen je project verder, mits je de lessen inzichtelijk maakt. Voor jezelf en iedereen die aan het project meewerkt. - Neem anderen mee in het experimenteren
De kracht van experimenteren zit ‘m in ervaren. En dat geldt niet alleen voor jezelf. Nodig stakeholders zoals de programmamanager, de directeur of de wethouder uit om mee te kijken bij experimenten, zodat zij zelf ervaren wat wel en niet werkt. Is dat lastig qua planning? Neem het op en laat het achteraf zien.
Zo gaat dat eraan toe in de praktijk
Experimenter gaat er iedere keer weer anders aan toe. Hier een paar van mijn favoriete voorbeelden op een rijtje.
Leefbare ruimte
Een toegankelijke verduurzaming van een woning voor iedereen dankzij een uitgebreide Design Sprint
Het Nationaal Warmtefonds is door de Nederlandse overheid opgericht om financieringen voor het verduurzamen van je huis voor iedereen toegankelijk te maken. Dat is een flinke uitdaging. Zeker om naast de financiële producten ook de (digitale) dienstverlening voor iedereen toegankelijk te maken. Het gaat immers om best complexe producten. Hoe zorg je ervoor dat mensen begrijpen wat voor lening ze afsluiten?
Lokaal welzijn
Een culturele leerlijn in de belevingswereld van jongeren
“Hoe kunnen we een leerlijn ontwikkelen die aansluit bij de belevingswereld van jongeren?” Dat was de vraag van FleCk, het expertisecentrum voor cultuureducatie in Flevoland. FleCk wil het cultuuronderwijs in het vmbo structureel versterken. Hoe? Met een leerlijn waarin het bewustzijn van VMBO-leerlingen over het gebied waar ze opgroeien wordt vergroot.
Wendbare overheid
Van versnippering naar verbinding: één overheidsbeleving voor ondernemers
Hoe zou het zijn als ondernemers op één centrale plek al hun overheidszaken kunnen regelen? Geen zoektocht meer langs losse portalen van de Belastingdienst, het UWV of de Kamer van Koophandel, maar een gecentreerd, overzichtelijk digitaal loket. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken vroeg Zeewaardig om diepgaand ontwerpend onderzoek te doen naar ‘MijnOverheid voor Ondernemers’ (inmiddels omgedoopt tot Programma MijnOverheid Zakelijk). Met de wens om uiteindelijk één overheidsbeleving voor ondernemers te creëren waar alle digitale dienstverlening van verschillende overheidsorganisaties samenkomt. Hoe we met dit complexe vraagstuk aan de slag zijn gegaan? We nemen je mee in het traject.
Ook aan de slag met experiment?
Experimenteren is soms best spannend en om je hele team mee te krijgen is niet altijd even makkelijk. Gelukkig hoef je het niet alleen te doen. Kan jouw vraagstuk wel wat experiment gebruiken? Neem vrijblijvend contact met me op.